Rb. Rotterdam 21 juli 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BR2857

Leden van een vereniging worden door de aanwijzing op grond van de Wet voorkeursrecht (Wvg) van een perceel toebehorend aan deze vereniging niet rechtstreeks in hun belangen getroffen. Zij zijn dan ook geen belanghebbend in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder was bevoegd tot aanwijzing op grond van de Wvg. Geen strijd met artikel 1, van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden noch met Europese aanbestedingsrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen