Rb. Rotterdam 19 mei 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ6149

Gevraagd verlof krachtens de Wet wapens en munitie (hierna: Wwm) afgegeven ten behoeve van de schietsport. Verlof is geweigerd door de korpschef, welk besluit in administratief beroep is gehandhaafd door verweerder. Weigering ziet op de veroordeling van eiser van 9 juni 2009 wegens rijden onder invloed binnen de terugkijktermijn van vier jaren, dit conform Bijzonder deel B van de Circulaire wapens en munitie 2005 (Cwm 2005). In geschil is of de verweerder de weigering van het verlof heeft kunnen handhaven op grond van de vrees dat eiser het onder zich hebben van wapens en munitie niet kan worden toevertrouwd. De veroordeling biedt op zichzelf voldoende grondslag voor het bestreden besluit. Dat de Cwm 2005 in paragraaf 1.2 van bijzonder deel B vermeldt dat een incidentele veroordeling voor rijden onder invloed niet zonder meer hoeft te leiden tot intrekking of weigering van een vergunning, wil, anders dan eiser heeft betoogd, niet zeggen dat verweerder in het onderhavige geval had dienen te volstaan met een waarschuwing. In de jurisprudentie is aanvaard dat ook reeds geringe twijfel aan het verantwoord zijn van de te maken (of gemaakte) uitzondering voldoende reden is om een verlof niet te verlenen of in te trekken, zoals in de Cwm 2005 is vermeld. Naar het oordeel van de rechtbank kan het bestreden besluit standhouden. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen