Rb. Rotterdam 6 januari 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ5113

Nu het bezwaarschrift geen gronden bevatte, heeft verweerder eiseres op dit verzuim gewezen bij aangetekend verzonden brief van 24 december 2009. Eiseres is daarbij uitgenodigd om vóór 21 januari 2009 de gronden van het bezwaar alsnog in te dienen. Aan deze zin is als voetnoot toegevoegd dat de datum bepaald wordt op de dag na de periode van 4 weken na de dag van verzending van deze brief. Ter zitting heeft verweerder medegedeeld dat de in de brief van 24 december 2009 toegevoegde voetnoot uitsluitend bedoeld is voor intern gebruik en het gebruikelijk is dat de termijn voor het indienen van het bezwaar conform deze voetnoot wordt berekend. De rechtbank is van oordeel dat eiseres haar bezwaarschrift tijdig heeft ingediend. Weliswaar had het voor eiseres duidelijk kunnen zijn dat de vermelding van de datum van 21 januari 2009 een kennelijke vergissing was, maar zij had daaraan niet de conclusie behoeven te verbinden dat “vóór 21 januari 2010” werd bedoeld. Immers, uitgaande van de uitleg in de voetnoot, dienden de gronden vóór 22 januari 2010 te worden ingediend. Voorts hanteert verweerder als vaste gedragslijn de in de voetnoot omschreven termijn. Door op 21 januari 2010 de gronden in te dienen, heeft eiseres derhalve niet een door verweerder gestelde termijn overschreden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen