Rb. Rotterdam 21 april 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ2144
In geschil is of er voor een passagiersvlucht sprake is van een instapweigering als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder j, van de Verordening (EG) 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instap¬weigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten. Naar het oordeel van de rechtbank is de omboeking door de luchtvaartmaatschappij van de door eisers geboekte vlucht niet aan te merken als een instapweigering. Daartoe acht de rechtbank van belang dat uit het bepaalde in artikel 2, aanhef en onder j, van de Verordening volgt dat pas sprake kan zijn van een instapweigering indien de passagier zich voor instappen heeft gemeld volgens de voorwaarden van artikel 3, tweede lid, van de Verordening. De meervoudige kamer van de rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl