Rb. Rotterdam 14 april 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ1520

Niet in geschil is dat het product HGX Houtwormmiddel als biocide moet worden aangemerkt. Voor het op de markt brengen van het product HGX Houtwormmiddel is derhalve, nu dit een biocide betreft, toelating vereist. Door de eigen merknaam (HGX) voor de naam van het product van Denka te plaatsen, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een product met een andere handelsnaam, dat voordat het op de markt gebracht kan worden, getoetst dient te worden door het College en waarvoor ingevolge de systematiek van de Wgb een afgeleide toelating kan worden verleend. De rechtbank is van oordeel dat uit de definitie van biocide in de Wgb niet eenduidig valt af te leiden of de middelen Vlekweg en Watertankreiniger daaronder vallen. De definitie is, met name vanwege het gebruik van de woorden “bestemd of aangewend” voor meerdere uitleg vatbaar. Naar de rechtbank begrijpt is juist dat een van de redenen geweest om in het kader van het Kennisnetwerk Biociden een werkgroep - waarin ook verweerder participeert - in het leven te roepen die antwoord moet geven op de vraag wat als biocide aangemerkt dient te worden en wat niet. Nu gebleken is dat de discussie over het onderscheid tussen een reinigingsmiddel en een desinfectiemiddel, en daarmee over de vraag of van onderhavige middelen duidelijk was dat deze als biocide moesten worden aangemerkt, nog gaande was op het moment van de controle bij eiseres, had verweerder gelet op voornoemde beginselen niet tot handhaving mogen overgaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen