Rb. Rotterdam 30 maart 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP9889

Beoordeling bezwaarschrift ex artikel 208 lid 3 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank is van oordeel dat artikel 316, derde lid, Sv niet verder strekt dan te bepalen dat, indien een onderzoekshandeling wordt verricht, deze wordt verricht overeenkomstig de (procedure)voorschriften van het gerechtelijk vooronderzoek. Artikel 316 Sv zou zinledig worden, indien iedere verwijzing naar de rechter-commissaris, hoe ook geformuleerd, de verdediging de mogelijkheid biedt van de rechter-commissaris elke onderzoekshandeling te verlangen die zij wenselijk acht. Een dergelijke wetsuitleg zou er toe leiden dat zodra enig onderzoek door de rechter-commissaris wordt verricht, beslissingen van de zittingsrechter om enige verzochte onderzoekshandeling niet te verrichten zonder meer zouden kunnen worden gepasseerd. Dit strijdt met het stelsel van de wet, zoals dat onder andere blijkt uit artikel 322, vierde lid, Sv.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen