Rb. Rotterdam 2 maart 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP8663

Erfrechtzaak. Testament. Cautio socini. Aan de orde is de vraag of twee van de erfgenamen zich (zodanig) tegen enige bepaling in het testament of tegen de uitvoering daarvan hebben verzet dat eisers zich met vrucht op de cautio socini kunnen beroepen met als gevolg dat deze twee erfgenamen slechts in de legitieme worden gesteld. De rechtbank oordeelt als volgt. Het enkele feit dat een of meer erfgenamen met de executeur-testamentair van mening verschillen, hem kritische en de meest uiteenlopende vragen stellen, dan wel weigeren hun medewerking te geven aan bepaalde verzoeken van de executeur en “zelfs” een verzoek tot zijn ontslag wegens gewichtige redenen indienen bij de kantonrechter, rechtvaardigen nog niet de conclusie dat zij zich daarmee verzetten tegen enige bepaling van het testament of de uitvoering daarvan. Dit zou immers betekenen dat erfgenamen niet een eigen opvatting aan de executeur kenbaar zouden kunnen maken, zonder, zoals in dit geval, hun recht op het hen toekomende deel van de nalatenschap te verliezen. De eigen erfrechtelijke bevoegdheden die een erfgenaam toekomen om informatie en rekening en verantwoording te vragen en zo nodig om ontslag van de executeur te vragen indien daartoe gewichtige redenen bestaan in verband met zijn verplichtingen jegens die erfgenaam, rechtvaardigen een kritische opstelling van de erfgenaam.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen