Rb. Rotterdam 22 februari 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP5372
De voorliggende vraag is of (de rechtsvoorganger van) Sparta het bezit van het schilderij heeft prijsgegeven om zich van de eigendom te ontdoen, in de zin van artikel 5:18 BW, dan wel Visser daarop gerechtvaardigd heeft mogen vertrouwen. Bij de beantwoording van deze vraag kunnen alle feitelijke omstandigheden rond het verlies van het bezit door Sparta en de verkrijging van het schilderij door Visser van belang zijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl