Rb. Rotterdam 10 februari 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP3914
op zaak betrekking hebbende stukken in zienswijze-, bezwaar - en beroepsprocedure alleen ter inzage gelegd en niet aan eiseressen verstrekt. Geen schending van rechten van verdediging. Eiseressen beschikten over het individuele bewijsdossier waardoor zij weten op basis van welke stukken de boete is opgelegd. Functie boeterapport. Uit de stukken blijkt dat in de bijlage bij het rapport, waarin verweerder de deelnemers aan het systeem van vooroverleg heeft gespecificeerd, de namen van eiseressen worden genoemd. De rechtbank is van oordeel dat door het rapport en het primaire besluit het voor eiseressen duidelijk is en moet zijn geweest welke overtreding hen wordt verweten. Eiseressen hebben zich daartegen kunnen verdedigen en hebben dat ook gedaan zodat zij daardoor niet in hun rechten van verdediging zijn geschaad. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat eiseressen hebben deelgenomen aan het systeem van vooroverleg, zoals door verweerder is beschreven in het rapport. In strijd met goede procesorde om pas ter zitting met een nader bewijsstuk (projectverklaring van ‘C’) naar voren te komen, met name ook nu verweerder zich in de hele procedure vanaf het rapport steeds op het standpunt heeft gesteld dat al het bewijs in deze zaak is terug te vinden in het individueel bewijsdossier. Verweerder was dan ook niet bevoegd terzake een boete op te leggen. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat deze beoordeling niet anders zou zijn geweest indien de projectverklaring van ‘C’ wel was meegenomen. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit te herroepen.
De uitspraak op rechtspraak.nl