Rb. Rotterdam 10 februari 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP3913

op zaak betrekking hebbende stukken in zienswijze-, bezwaar - en beroepsprocedure alleen ter inzage gelegd en niet aan eiseressen verstrekt. Geen schending van rechten van verdediging. Eiseressen beschikten over het individuele bewijsdossier waardoor zij weten op basis van welke stukken de boete is opgelegd. Functie boeterapport. Uit de stukken blijkt dat in de bijlage bij het rapport, waarin verweerder de deelnemers aan het systeem van vooroverleg heeft gespecificeerd, de namen van eiseressen worden genoemd. De rechtbank is van oordeel dat door het rapport en het primaire besluit het voor eiseressen duidelijk is en moet zijn geweest welke overtreding hen wordt verweten. Eiseressen hebben zich daartegen kunnen verdedigen en hebben dat ook gedaan zodat zij daardoor niet in hun rechten van verdediging zijn geschaad. De bewijsstukken zijn afkomstig van verschillende clementieverzoekers die onafhankelijk van elkaar de betrokkenheid van eiseressen hebben gemeld en ter staving daarvan aanvullende stukken hebben aangeleverd. Voorts heeft een groot aantal clementieverzoekers eiseressen (dan wel een van haar ondernemingen) genoemd als mededeelnemer aan vooroverleg ten aanzien van specifieke aanbestedingsprojecten in de B&U-sector waarbij mededingingsbeperkende afspraken werden gemaakt. De enkele ontkenning die eiseressen tegenover het materiaal van verweerder stellen acht de rechtbank onvoldoende om dat bewijs opzij te zetten. Bevoegdheid tot opleggen boete. Schending redelijke termijn met meer dan 12 maanden. De rechtbank ziet daarin aanleiding om, in lijn met het arrest van de Hoge Raad van 19 december 2008 (LJN BD0191) en de uitspraak van het CBb van 18 november 2010 (LJN BO5193), te komen tot een vermindering van de opgelegde boete met 15% met een maximum van € 15.000,--.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen