Rb. Rotterdam 6 januari 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP3136

Heffingen uit hoofde van de Pw en de Wvb en heffingen uit hoofde van de Wft vanwege het doorlopend gedragstoezicht voor pensioenverzekeraars en levensverzekeraars. Niet kan worden volgehouden dat AFM uitgaat van het juiste maatstafgegeven nu in de verschillende regelingen met het BPIN niets anders kan zijn bedoeld dan de genoten premies voor de volgens die wet onder toezicht staande activiteiten. Het gaat niet aan om, in het kader van de verdeling van verschillende toezichtkosten, premies die zijn genoten met activiteit A (eveneens) toe te rekenen aan activiteit B. Daarvoor zou naar het oordeel van de rechtbank slechts een rechtvaardiging bestaan indien marktpartijen vergelijkbare verhoudingen zouden kennen in activiteiten die onder het toezicht van de Wft en PW/Wvb vallen of indien de gehanteerde verdeelsleutel onder de Wft en PW/Wvb identiek zou zijn. De huidige heffingssystematiek is ten aanzien van eiseres zowel in strijd met de ratio van de regelgeving als in strijd met het profijtbeginsel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen