Rb. Rotterdam 13 januari 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BP1386
Wet handhaving consumentenbescherming. Misleidende omissie. AFM heeft aan A een last onder dwangsom opgelegd op grond van de Wet handhaving consumentenbescherming. Hoewel naar het oordeel van de voorzieningenrechter grote vraagtekens kunnen worden gezet bij de doelstelling van A om binnen twee jaar van een inleg van € 1,5 miljoen een fonds te creëren ter waarde van € 150 miljoen en hoewel aan de balansen van A en B op dit punt allerminst gunstige verwachtingen kunnen worden ontleend, is daarmee niet de vraag beantwoord of sprake is van een misleidende omissie. Nu niet meer dan twee consumenten zijn betrokken bij A kan voorts worden betwijfeld of een eventueel handelen in strijd met de wet schade toebrengt of kan toebrengen aan de collectieve belangen van consumenten.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 6:193b BW6
- Artikel 6:193c BW6
- Artikel 6:193d BW6
- Artikel 6:193g BW6
- Artikel 5:20 Awb
- Artikel 8:1 Awb
- Artikel 8:81 Awb
- Artikel 8:82 Awb
- Artikel 1:1 Wft
- Artikel 5:2 Wft
- Artikel 1.1 Wet handhaving consumentenbescherming
- Artikel 2.10 Wet handhaving consumentenbescherming
- Artikel 2.23 Wet handhaving consumentenbescherming
- Artikel 3.2 Wet handhaving consumentenbescherming
- Artikel 3.4 Wet handhaving consumentenbescherming
- Artikel 7.1 Wet handhaving consumentenbescherming
- Artikel 8.8 Wet handhaving consumentenbescherming