Rb. Rotterdam 25 juli 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BY9619
Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, verzoek om vrijstelling op grond van artikelen 2, 5 en 6 van het Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000. Naar het oordeel van de rechtbank – en in aanmerking genomen dat hier sprake is van een discretionaire bevoegdheid, waarbij een terughoudende rechterlijke beoordeling past – mag verweerster zonder in strijd te komen met het in artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) besloten liggende evenredigheidsbeginsel in het algemeen het belang van solidariteit, dat uit de aard der zaak een rol speelt bij verplichtstellingen als de onderhavige, laten prevaleren boven het belang van de betrokken werkgever en werknemers om deel te nemen in een eigen pensioenfonds¬regeling. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl