Rb. Rotterdam 20 augustus 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BQ0199

Gedaagde in deze procedure heeft een overeenkomst mobiele telefonie met Vodafone online afgesloten via een tussenpersoon. De tussenpersoon heeft in verband met het afsluiten van de overeenkomst een kado (multimediacomputer) aan gedaagde toegezegd. Dit kado wordt als onderdeel van de overeenkomst beschouwd, zodat Vodafone als contractant voor de levering verantwoordelijk was (3:66 lid 1 juncto 78 BW). Vast staat dat het kado niet is meegeleverd. Gedaagde was daardoor gerechtigd de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. De latere buitengerechtelijke ontbinding door Vodafone heeft derhalve geen effect meer gesorteerd. In reconventie wordt overwogen dat de registratie bij BKR en Preventel zozeer is verbonden aan de vordering zelf dat de verplichting uit het schuldeiserschap tot het doen doorhalen van de registratie vanwege de overdracht van de vordering op de nieuwe schuldeiser Intrum -eiseres- is overgegaan. De vordering van immateriële schadevergoeding in reconventie wordt afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen