Rb. Rotterdam 9 december 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO7301

Geen beroep mogelijk tegen weigering algemeen verbindend voorschrift vast te stellen. Eiseres betoogt dat de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 28 van de Wta niet kwalificeert als algemeen verbindend voorschrift, omdat iedere zelfstandige normstelling ontbreekt. Anders dan eiseres stelt, is een algemene maatregel van bestuur per definitie aan te merken als een algemeen verbindend voorschrift als bedoeld in artikel 8:2, aanhef en onder a, van de Awb. Onmiskenbaar is daarmee sprake van wetgeving in materiële zin. De rechtspraak waarop eiseres zich beroept heeft geen betrekking op een dergelijke algemene maatregel van bestuur, maar ziet op concretiserende besluiten van algemene strekking en uitvoeringsbeschikkingen. Dat eiseres met een beroep op jurisprudentie van het Hof van Justitie betoogt dat de weigering van de minister om de totstandkoming van de algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 4 en 28 van de Wta te bevorderen in strijd komt met het discriminatieverbod en dat de rechter dienaangaande de nationale wet- of regelgeving buiten toepassing dient te verklaren, maakt dit niet anders. De rechtbank overweegt in dit verband dat het niet onmogelijk of uiterst moeilijk is om effectieve rechtsbescherming in te roepen op het vlak van vrijheid van vereniging en/of het discriminatieverbod. Artikel 8:2, aanhef en onder a, van de Awb laat immers onverlet dat indien eiseres opkomt tegen een besluit, niet inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel, zij in het kader van de zogenoemde exceptieve toetsing de verbindendheid van wettelijke voorschriften aan de orde kan stellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen