Rb. Rotterdam 18 november 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO7275

Verweerder heeft bij de oplegging van de boete overeenkomstig het in de bijlage XIII van de Rgb vastgelegde systeem van gefixeerde boetebedragen gehandeld. Uit de Toelichting op de Rgb (Stcrt. 2007, 188) volgt dat de bedragen van de bestuurlijke boete verhoogd zijn ten opzichte van de bedragen vermeld in de Richtlijn voor strafvordering bestuurlijke transactie milieudelicten, die voor inwerkingtreding van de Wgb en de Rgb het uitgangspunt vormden, omdat er volgens verweerder signalen zijn dat de voorheen opgelegde boetes vaak als te weinig afschrikkend werden ervaren. Voorts heeft verweerder volgens zijn bestendige uitvoeringspraktijk de boete in het onderhavige geval met 50% verlaagd, omdat sprake is van een particulier, die niet bedrijfsmatig handelde. Binnen het door de artikelen 96 van de Wgb (oud) en 9.6, tweede lid, van de Rgb gegeven wettelijk kader dient te worden beoordeeld of de voorgeschreven boete in het concrete geval evenredig is aan met name de aard en ernst van de overtreding, de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten en, zonodig, de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. De ernst van de overtreding is vooral gelegen in het feit dat eiser een middel voorhanden heeft gehad dat niet door de daar toe bevoegde autoriteiten is getoetst op de gevaren van dat middel voor de volksgezondheid en het milieu. De rechtbank acht de boete niet onevenredig hoog of disproportioneel. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen