Rb. Rotterdam 26 oktober 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO3768

Verdenking van een verkrachting door een 12-jarige verdachte van een 6-jarig meisje in België. 1) rechtsmacht en ontvankelijkheid OM Het beroep op de dubbele strafbaarheid, genoemd in artikel 1 van het Verdrag van Brussel van 11 mei 1974, treft geen doel reeds omdat dit verdraag nimmer in werking is getreden. Verder heeft Nederland op grond van artikel 5a Sr eigenstandige rechtsmacht. Ook België heeft eigenstandige rechtsmacht aangezien de verweten feiten zich op Belgisch territoir hebben voorgedaan. Dat, zoals de raadsman heeft benadrukt, strafbare gedragingen begaan door minderjarigen in België worden afgedaan via de Wet betreffende de jeugdbescherming, raakt de vraag naar de rechtsmacht van dat land niet. In het geval waarin twee staten originaire rechtsmacht hebben behoort een overdracht van strafvervolging tot de mogelijkheden. Het bestaan van een verdrag is daarvoor geen voorwaarde. Nu de in deze zaak betrokken autoriteiten van beide landen zijn overeengekomen dat de vervolging van de verdachte in Nederland zou worden voortgezet, is overdracht van de strafvervolging op rechtsgeldige wijze verlopen. 2) seksueel binnendringen van het lichaam Het in de tenlastelegging opgenomen begrip ‘vagina’ dient naar het oordeel van de rechtbank niet in technisch-anatomische zin te worden opgevat, maar moet worden gezien als een aanduiding van het gehele vrouwelijke geslachtsorgaan, zoals men dat in spreektaal pleegt te doen. Artikel 5a Wetboek van Strafrecht Artikel 242 Wetboek van Strafrecht

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen