Rb. Rotterdam 27 oktober 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO3383
Verdachte wordt onder andere het verwijt gemaakt van majesteitsschennis. Voor strafbare belediging van de koningin dient op zijn minst aan de eisen van artikel 266 Sr te zijn voldaan. In deze zaak waren de beledigingen echter geadresseerd aan de burgemeester van Rotterdam en niet aan de koningin of één van haar ondersteunende diensten, zodat geen sprake is van een rechtstreeks aangedane belediging en de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.
De uitspraak op rechtspraak.nl