Rb. Rotterdam 15 oktober 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO2552

AFM heeft verzoeker een bestuurlijke boete opgelegd van € 96.000 wegens overtreding van artikel 5:48, zesde en zevende lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en hem medegedeeld de boeteoplegging openbaar te maken door publicatie van het integrale besluit op de website van de AFM en door publicatie van de kern van dit besluit in een persbericht en/of advertentie. Met AFM is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker artikel 5:48, zesde en zevende lid, van de Wft heeft overtreden door niet onverwijld acht transacties te melden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan de voorgenomen vroegtijdige publicatie de zuivere verhoudingen tussen marktpartijen bevorderen. Met de publicatie van het bestreden besluit zou immers voor de marktpartijen duidelijk zijn dat verzoeker heeft verzuimd de betreffende transacties onverwijld te melden. Niettemin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om AFM een verbod op te leggen tot publicatie van het bestreden besluit. De voorzieningenrechter is namelijk van oordeel dat de hoogte van het boetebedrag voorshands als onevenredig hoog moet worden aangemerkt, zodat de publicatie van dit besluit niet op alle onderdelen leidt tot de beoogde transparantie. De voorzieningenrechter acht het niet zonder belang dat verzoeker klaarblijkelijk niet alleen niet opzettelijk de meldplicht niet is nagekomen, maar voorts dat het daarmee eventueel behaalde voordeel – in de vorm van minder verlies – beperkt is. Voorts is niet zonder belang dat verzoeker eerst na het faillissement aandelen heeft verkocht en daarmee ook een verlies heeft geleden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen