Rb. Rotterdam 5 september 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN9431

Beroep is uitsluitend gericht tegen de door verweerder toegekende kostenvergoeding voor de bezwaarfase. Ten aanzien van de verleende rechtsbijstand heeft verweerder in het verweerschrift het standpunt van eisers gevolgd dat een zaak in beginsel als ‘gemiddeld’ kan worden beschouwd, tenzij er duidelijke redenen zijn om hiervan af te wijken. Beroep is hierom gegrond. In geschil is nog de hoogte van de vergoeding die verweerder heeft toegekend voor het opstellen van de 51 taxatierapporten. Ten aanzien van de hoogte van het te vergoeden tarief heeft verweerder ingevolge artikel 2, eerste lid sub b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) aansluiting gezocht bij het forfaitaire uurtarief van € 81,23 van artikel 6 van het Besluit tarieven in strafzaken. De rechtbank ziet geen reden voor toepassing van een lager tarief. Aangevoerd is in beroep dat het te vergoeden bedrag moet worden vermeerderd met de omzetbelasting, terwijl verweerder zich op het standpunt stelt dat de BTW moet worden geacht in het forfaitaire bedrag te zijn inbegrepen. In artikel 15 van het Besluit tarieven in strafzaken is expliciet bepaald dat de in het besluit genoemde bedragen worden verhoogd met de omzetbelasting. Verweerder dient derhalve over het te vergoeden bedrag BTW te betalen. Voor het aantal te vergoeden uren geeft het Bpb geen regeling, zodat daarvoor dient te worden aangesloten bij de redelijkheidstoets van artikel 7:15 van de Awb. In geschil is of verweerder met toepassing van de redelijkheidstoets het aantal te vergoeden uren heeft kunnen vaststellen op 20 uur. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat het opstellen van een taxatierapport voor alle woningen afzonderlijk niet noodzakelijk is geweest. De woningen zijn nagenoeg identiek. In redelijkheid had met één of enkele rapporten kunnen worden volstaan met daarbij gevoegd een marktanalyse. Dat blijkt ook uit de omstandigheid dat verweerder aan alle woningen dezelfde waarde heeft toegekend die eisers in beroep niet hebben bestreden. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank dan ook in alle redelijkheid het te vergoeden aantal uren tot 20 kunnen beperken. Dat de behandeling van een zo omvangrijk project nieuw was voor het bureau van hun taxateur, en dat daarvoor eerst een werkwijze moest worden ontworpen, ligt in de risicosfeer van eisers. Hetzelfde geldt voor de mogelijk extra bestrede uren in verband met het feit dat het bureau van de taxateur (nog) niet over professionele print- en /of kopieerapparatuur beschikte. De rechtbank stelt zelf de kostenvergoeding vast.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen