Rb. Rotterdam 9 juni 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN8095
Door brand gaan voor supermarktketen opgeslagen diepvriesgoederen verloren. Distributiecentrum wordt aangesproken tot vergoeding van zaakschade en bedrijfsschade. Overeenkomst tot contractdistributie behelst gestapelde verbintenissen tot vervoer, bewaarneming en opdracht, waarop steeds de relevante wettelijke regeling van toepassing is. Tekortkoming in de teruggaveverbintenis van de bewaarnemer terzake van de tijdens de opslag verloren gegane of beschadigde zaken. Schadevergoedingsmaatstaf: inkoopwaarde of verkoopwaarde? Uitleg contractuele regeling brengt mee dat de aansprakelijkheid van de bewaarnemer niet uitstijgt boven hetgeen zij op zich had genomen te verzekeren. Het door de bewaarnemer te verzekeren risico van schade aan of verlies van de voorraden van de bewaargever in het distributiecentrum omvat in beginsel niet de winst die de bewaargever na de opslagperiode hoopte te realiseren met de verkoop van die goederen. Geen bijzondere omstandigheden of branchegebruiken gebleken die tot een ander oordeel aanleiding kunnen geven. Gevorderde verkoopwaarde c.q. daarin opgenomen winstmarge op deze grondslag niet toewijsbaar. De bedrijfsschadevordering, gegrond op vermeend gebrekkige dienstverlening na de brand, moet beoordeeld in het kader van de overeenkomst van opdracht. Partijen mogen zich nader uitlaten over de vermeend gebrekkige bevoorrading na de brand, de vermeend lagere omzet over diepvriesproducten en de in dat kader gederfde winst. De gestelde bedrijfsschade over andere productgroepen is onvoldoende gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl