Rb. Rotterdam 12 augustus 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN4442

Warenwet. Bestuurlijke boete. In stand laten rechtsgevolgen. Exceptieve toetsing. Kosten deskundigenrapport. De minister heeft eiseres een bestuurlijke boete opgelegd omdat de door haar in de handel gebrachte keukentrap niet voldoet aan de eisen van artikel 2, eerste lid, van het Besluit draagbaar klimmaterieel. Het bestreden besluit berust ten dele op een onjuiste feitelijke grondslag. De rechtbank laat de rechtsgevolgen in stand. Niet in geschil is dat de trap bezweek onder een last van 3500 N. Voorts is de rechtbank niet gebleken dat de in artikel 2, eerste lid, van het Besluit draagbaar klimmaterieel in verbinding met artikel 2 van de bij de Regeling methoden van onderzoek draagbaar klimmaterieel behorende Bijlage neergelegde normen in strijd zijn met de Warenwet, verdragsrecht of Europese regels. De rechtsgronden aanvullend, overweegt de rechtbank in dit verband voorts dat de toepasselijke normsystematiek niet in strijd komt met het bepaaldheidsgebod. Evenmin is de rechtbank van oordeel dat de minister, tezamen met de andere in artikel 4 van het Besluit draagbaar klimmaterieel genoemde ministers, niet in redelijkheid de door eiseres gewraakte veiligheidsnormen heeft kunnen vaststellen. De rechtbank is niet gebleken dat de minister in strijd met zijn interventiebeleid heeft gehandeld door eiseres een bestuurlijke boete op te leggen. De rechtbank ziet aanleiding de minister te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep tot aan deze uitspraak redelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank acht het gelet op de misverstanden omtrent de feitelijke grondslag van de in geschil zijnde veiligheidsnorm redelijk dat eiseres door TNO een deskundigenrapport heeft laten opstellen in beroep en dat zij redelijkerwijs kon menen dat die rapportage zou kunnen bijdragen aan de slaagkans van het beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen