Rb. Rotterdam 27 juli 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN3400

Onder meer is bewezen dat de verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd, nadat hij het slachtoffer een bewustzijnsverminderende stof had toegediend. Door de deskundige is vastgesteld dat het GHB-gehalte in een deel van het haar van het slachtoffer, dat past bij de tenlastegelegde periode, significant is verhoogd. Vrijspraak van verkrachting, nu niet bewezen is dat verdachte zijn tong ín de vagina van het slachtoffer heeft gestoken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen