Rb. Rotterdam 29 juli 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN2840
Depositogarantiestelsel. Het begrip ‘financieel instrument’ in de zin van de bij artikel 20, eerste lid, van het Bbpm behorende Bijlage B, onder 1, dient te worden geïnterpreteerd conform de Richtlijn 89/299/EEG. De achtergestelde deposito’s vallen onder de in de richtlijn gehanteerde definitie van “eigen vermogen” en dus onder de in bijlage B, onder 1, genoemde uitzondering, zodat verweerster de aanvragen van eisers om vergoeding onder het depositogarantiestelsel voor depositohouders van DSB voor zover deze zien op de hoofdsom van de achtergestelde deposito’s, terecht heeft afgewezen. Uitleg van de bepalingen van de tussen eisers en DSB gesloten deposito-overeenkomsten zijn van doorslaggevend belang.
De uitspraak op rechtspraak.nl