Rb. Rotterdam 14 juli 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN1268
Beslissing op de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Ontvankelijkheid van de vordering: Verweer dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat het indienen van de vordering niet onverwijld is geweest, wordt verworpen. Van een termijn van 29 dagen kan niet meer worden gezegd dat deze onverwijld is, maar aan de belangen van de verdachte is in dit geval niet tekort gedaan aangezien hij binnen een termijn van minder dan twee maanden uitsluitsel krijgt over de eventuele herroeping van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling. De vordering wordt afgewezen, nu overtredingen van het drugs- en alcoholverbod en het meldingsgebod onvoldoende aanleiding geven om de aan veroordeelde toegekende voorwaardelijke invrijheidstelling te herroepen.
De uitspraak op rechtspraak.nl