Rb. Rotterdam 8 juli 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN0773
Op het perceel van eiser heeft een nalevingsmeting plaatsgevonden. Daartoe is een bladmonster genomen uit een perceel met rode bessen. Niet in geschil is dat uit de analyse van het monster volgt dat de verboden stoffen aanwezig waren. Er is derhalve sprake van gebruiken in de zin van de Wgb. Ingevolge artikel 91 van de Wgb wordt echter geen bestuurlijke boete opgelegd voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten. Eiser heeft verschillende argumenten genoemd waarom volgens hem sprake kan zijn geweest van overwaaien van de aangetroffen stoffen van het naastgelegen perceel zodat de overtreding niet aan hem kan worden verweten. Eiser heeft dit dusdanig gemotiveerd en uitgebreid gedaan dat verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet kon volstaan met de enkele mededeling dat navraag bij niet nader genoemde deskundigen heeft uitgewezen dat overwaaien niet aannemelijk is. Uit het dossier blijkt niet, en ook ter zitting heeft verweerder niet kunnen zeggen wie die deskundigen zijn en waarop hun mening is gebaseerd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder nader onderzoek had dienen te verrichten, alvorens het bestreden besluit te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl