Rb. Rotterdam 20 mei 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BM5231
AFM legt aan een bank twee bestuurlijke boetes op wegens overtreding van artikel 4:34 lid 1 en lid 2 Wft. De bank stelt beroep in tegen de handhaving van beide boetes door AFM. De bank erkent dat haar één van de boetes terecht is opgelegd, doch zij handhaaft het beroep. Volgt niet-ontvankelijkverklaring ter zake van dit onderdeel wegens het ontbreken van procesbelang. Ter zake van de boete wegens overkreditering (artikel 4:34 lid 2 Wft) oordeelt de rechtbank dat artikel 6 lid 4 Gedragscode Hypothecaire Financiering de nodige waarborgen biedt tegen overkreditering, dat de bank deze code onderschrijft, maar daarvan voor wat betreft de annuïtaire toetsing is afgeweken en dat de door haar gehanteerde alternatieve criteria in een aantal gevallen geen gelijkwaardige waarborg tegen overkreditering hebben geboden. De deelbeslissing tot publicatie van de boetes is door AFM niet heroverwogen. De rechtbank houdt het ervoor dat dit nog zal gebeuren nadat de de boeteoplegging onherroepelijk is geworden.
De uitspraak op rechtspraak.nl