Rb. Rotterdam 12 mei 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BM5182

Evenementenvergunning voor het houden van een toertocht en wielerwedstrijd geweigerd. Daarnaast besloten de verklaring van geen bezwaar voor ontheffing van artikel 10 van de Wegenverkeerswet 1994 voor Rotterdams grondgebied niet af te geven. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder de toertocht en de wielerwedstrijd met start en finish in Rotterdam niet ten onrechte als evenement aangemerkt. Ingevolge de bepalingen van de APV kunnen (dan wel dienen) evenementen onder meer geweigerd te worden in het belang van de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen. Doordat het besluit niet met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is voorbereid en genomen heeft de voorzieningenrechter ter zitting partijen voorgehouden nog een met elkaar rond de tafel te gaan zitten ten einde te bezien of de laatste onjuistheden recht gezet kunnen worden en onduidelijkheden kunnen worden ingevuld. Partijen zijn daar niet in geslaagd. Omdat partijen er gezamenlijk niet zijn uitgekomen, is niet aannemelijk dat zij alsnog gezamenlijk tot de vereiste samenwerking zullen komen indien een voorlopige voorziening zou worden getroffen, die er op neer zou komen dat de toertocht en de tour door zouden kunnen gaan, een en ander onder oplegging van bepaalde voorwaarden. Deze voorwaarden zouden op zijn minst inhouden een naleving van de eisen zoals die zijn gesteld door de zakelijk leider verkeersmarinier in haar advies van 5 april 2010, welke echter in onderlinge afstemming tussen beide partijen nog nader geconcretiseerd zouden moeten worden. Daarnaast bestaat nog immer onduidelijkheid of van de zijde van de KLPD de benodigde ondersteuning van motoragenten verleend kan worden. Zoals aangegeven, bestaat voor het tot stand komen van de vereiste onderlinge afstemming weinig vertrouwen gezien de gang van zaken in de afgelopen periode. Hierbij komt dat de voorzieningenrechter geen aanknopingspunten ziet voor het oordeel dat verweerder zich bij zijn besluitvorming niet heeft kunnen baseren op de eisen en conclusies in de voorliggende adviezen om de verkeersveiligheid bij de onderhavige evenementen te garanderen. Dit alles overziende acht de voorzieningenrechter het in het licht van de verkeersveiligheid niet verantwoord om de door verzoekster gewenste vergaande voorziening toe te wijzen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen