Rb. Rotterdam 9 april 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BM4446

Het betreft een tweetal kort gedingen, die gezien hun samenhang gelijktijdig zijn behandeld en berecht. Een drietal franchiseovereenkomsten alsmede de daaraan gekoppelde huurovereenkomsten (hierna: de overeenkomsten) zijn door de franchiseorganisatie ontbonden. De franchisenemer vordert nakoming van de overeenkomsten, de franchiseorganisatie vordert ontruiming en staking van het gebruik van de franchiseformule. De voorzieningenrechter dient te beoordelen of voldoende aannemelijk is geworden dat de bodemrechter, indien geadieerd, zal oordelen dat de overeenkomsten op rechtsgeldige wijze zijn ontbonden. De franchisenemer baseert de ontbindingen in essentie op bescherming van de franchiseformule. Door de handelswijze en de gedragingen van de franchisenemer komt de formule in gevaar en is er sprake van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomsten. Zo heeft de franchisenemer de franchisegever onder andere voorgelogen over de afwijzing van de aanvraag van de verklaring omtrent gedrag. Daarnaast heeft hij zijn rol bij een andere financiële dienstverlener, welke failliet is gegaan en van de AFM een boete opgelegd heeft gekregen, verzwegen. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de bodemrechter zal oordelen dat de overeenkomsten op rechtsgeldige wijze zijn ontbonden. De vordering tot nakoming van de overeenkomsten wordt afgewezen, de vordering tot ontruiming en staking van de franchiseformule toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen