Rb. Rotterdam 3 mei 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BM3459

Aan de beheerder van de hoofdspoorweginfrastructuur is een boete van € 776.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 61 van de Spoorwegwet in samenhang met artikel 6 van het Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur, omdat zij capaciteit op het spoor voor in 2007 gepland onderhoud heeft verdeeld nadat de jaardienstregeling 2007 was vastgesteld. De betwisting van de overtreding is niet onderbouwd, zodat de rechtbank er vanuit gaat dat de overtreding terecht is vastgesteld. De hoogte van de boete is bepaald aan de hand van de NMA Boetecode 2007. Vanwege de bijzondere omstandigheden van de invoering van het nieuwe spoorboekje waardoor het inplannen van onderhoud moeilijker dan gebruikelijk was is de boete met 50% gematigd tot € 776.000. De rechtbank acht onvoldoende onderbouwd dat spoorwegondernemingen door de wijzigingen in de dienstregelingen zijn benadeeld. Weliswaar was er een risico dat betrokken ondernemingen in hun bedrijfsvoering werden belemmerd, maar of dat risico zich daadwerkelijk heeft voorgedaan, heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt. In aanmerking genomen dat door het later inplannen van onderhoudswerkzaamheden minder capaciteit nodig was en daardoor de spoorwegondernemingen zo min mogelijk zijn getroffen acht de rechtbank de boete onevenredig hoog ten opzichte van de overtreding en de daardoor geschonden belangen. In de aangevoerde omstandigheden dat vanwege nieuwe veiligheidsregels de onderhoudswerkzaamheden overdag ingepland moesten worden is geen overmachtsituatie gelegen. Om die reden is er geen aanleiding om geheel af te zien van het opleggen van een boete. De rechtbank neemt bij de beoordeling van de evenredigheid van de boete wel in aanmerking de omstandigheid dat de capaciteitsverdeling voor 2007 ingewikkeld was in verband met de invoering van het nieuwe spoorboekje en de intensivering van het spoorgebruik. De rechtbank stelt de boete vast op € 100.000.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen