Rb. Rotterdam 11 maart 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BM3205
Aan eiser is ontslag verleend op grond van artikel 98b van het Algemeen Rijksambtenaren¬reglement (ARAR). Aan het ontslag ligt ten grondslag het onvoldoende meewerken aan re-integratie en het ondanks veelvuldige en duidelijke waarschuwingen het gedrag niet ten goede veranderen. Eiser stelt dat hem geen verwijt kan worden gemaakt daar zijn psychische problematiek hem belette meer te werken aan zijn re-integratie, er is geen sprake van bewuste onttrekking aan de behandeling en verweerder heeft onzorgvuldig gehandeld door onvoldoende onderzoek te doen naar de ontoerekeningsvatbaarheid van eiser. In het algemeen is het aan degene die zich op de rechtsgevolgen van feiten of omstandig¬heden beroept om deze te stellen en aannemelijk te maken. Nu het eiser is die een beroep doet op niet-toerekenbaarheid vanwege zijn psychische toestand, is het aan hem om die toestand aannemelijk te maken. Dit doet er echter niet aan af, dat zorgvuldige besluitvorming kan vereisen dat ook verweerder enig onderzoek doet. In het kader van de Wet Verbetering Poortwacht is een deskundigenoordeel met betrekking eisers re-integratie-inspanningen uitgebracht. Verweerder is informatie verstrekt dat nooit aanwijzingen zijn gevonden dat eiser enigszins duurzaam niet in staat was zijn wil te bepalen. Op het moment dat verweerder besloot de bezoldiging van eiser stop te zetten, was deze zelfstandig in staat hierop schriftelijk te reageren en te vragen om een ontslag¬regeling. Verweerder heeft terecht hieruit afgeleid dat eiser toen in staat moet zijn geweest zijn wil voldoende te bepalen. Gelet op deze omstandig¬heden is de recht¬bank van oordeel dat verweerder zijn onderzoeksplicht niet heeft geschonden en op basis van de voorhanden gegevens de conclusie heeft kunnen trekken dat eisers gedrag hem kon worden toegerekend, zodat verweerder mocht concluderen dat geen sprake was van een deugdelijke grond om niet mee te werken. Daarbij is in aanmerking genomen dat eiser zich stelselmatig aan het contact met zijn werkgever heeft onttrokken, waardoor nader medisch onderzoek onmogelijk werd gemaakt. Geen aanleiding alsnog zelf een deskundige te benoemen omdat het primair op de weg van eiser ligt om bewijs aan te dragen. Bovendien is twijfelachtig of bij een thans uit te voeren onderzoek uitspraken kunnen worden gedaan over de geestes¬gesteldheid van eiser in een periode die bijna twee jaar geleden afliep. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl