Rb. Rotterdam 16 april 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BM1678
Veiling frequentieruimte in de 2,6 GHz-band. Artikel 2, zesde en zevende lid, van de Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen 2,6 GHz (Regeling) is een algemeen verbindend voorschrift, waartegen geen bezwaar en beroep openstaat. Deze bepaling berust op artikel 6a van het Frequentiebesluit, dat een rechtsbasis vindt in artikel 3.3, negende lid, en artikel 18.12 van de Telecommunicatiewet (Tw). Artikel 2, zesde en zevende lid, van de Regeling is niet in strijd met artikel 3.4a van de Tw. De minister is niet gehouden toepassing te geven aan een in de Memorie van Toelichting gegeven criterium dat niet in de wettekst zelf is opgenomen. Partijen, die reeds in bezit zijn van vergelijkbare frequentieruimte, mogen uit oogpunt van evenwichtige verdeling van frequentieruimte, beperkt worden in het verwerven van nieuwe frequentieruimte. De minister mocht rekening houden met de mogelijkheid van ten minste drie nieuwe toetreders. In de periode tot vrije verhandelbaarheid kunnen met andere technieken dan LTE reeds hoge datasnelheden worden bereikt, zodat ook de bestaande partijen reeds, ondanks de beperkingen, de 2,6 GHz-band ook kunnen benutten. Flexibilisering van de bestaande vergunningen kan op korte termijn plaatsvinden. De uitrolverplichting is van zodanige aard dat geen sprake is van een onevenredige belangenafweging. Onzekerheid over vrijgekomen en mogelijk vrij te komen, vergelijkbaar spectrum vormt geen belemmering om over te gaan tot veilen.
De uitspraak op rechtspraak.nl