Rb. Rotterdam 26 maart 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BL9872
Korte samenvatting: De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat zowel de vraag of binnen de geldende termijn een rechtsmiddel is ingediend als de eventuele vervolgvraag of die termijn verschoonbaar is overschreden ambtshalve door de rechtbank moeten worden opgeworpen en beantwoord, omdat de (getrapte) toegang tot de bestuursrechter een kwestie van openbare orde is. Dat eiseres op de laatste dag van die termijn telefonisch vragen aan DNB heeft willen voorleggen alvorens schriftelijk bezwaar te maken komt voor haar rekening. Bijkomende omstandigheden die maken dat eiseres er niettemin op mocht vertrouwen dat zij tot na 5 december 2008 kon wachten met het indienen van een bezwaarschrift zijn de rechtbank niet gebleken. Eerst tijdens het telefonisch onderhoud op 24 december 2008 is aan eiseres meegedeeld dat zij nog uiterlijk op 12 februari 2009 een bezwaarschrift kon indienen. Die mededeling is echter eerst na ommekomst van de oorspronkelijk termijn van zes weken gedaan, zodat die niet tot verschoonbaarheid kan leiden. Evenmin heeft het bestuursorgaan de vrijheid een nieuwe bezwaartermijn te stellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl