Rb. Rotterdam 3 februari 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BL9370
De inhoud van de erfdienstbaarheid moet worden bepaald door de wijze van uitoefening nu uit de akte van vestiging geen afspraken over de wijze van uitoefening van de erfdienstbaarheid zijn af te leiden en een plaatselijke gewoonte niet is gesteld of is gebleken. Als maatstaf heeft te gelden dat de wijze van uitoefening moet geschieden op de voor het dienende erf minst belastende wijze.
De uitspraak op rechtspraak.nl