Rb. Rotterdam 19 maart 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BL8519

Op grond van artikel 229b van de Gemeentewet zal, in een geval dat zulks wordt betwist, de gemeente aannemelijk moeten maken dat voor het totaal van de in de verordening geregelde rechten, de opbrengst niet uitgaat boven de geraamde uitgaven ter zake. Als verweerder dat niet kan, is de verordening - wegens strijd met deze bepaling - onverbindend en kan de aanslag om die reden niet in stand blijven. Tevens zal, nu daarop een beroep is gedaan, de gemeente op controleerbare wijze dienen te onderbouwen en vast te leggen welke uitgaven zij met de heffingen in de verordening beoogt te dekken. Als de gemeente dat niet kan, is sprake van willekeurige en onredelijke belastingheffing, en moet de aanslag op die grond worden vernietigd. Bij de bijlagen van het verweerschrift bevindt zich de Financiële verordening gemeente Hellevoetsluis 2005 met toelichting. (…) Ter onderbouwing van de geraamde baten en de geraamde lasten van de leges en diensten zoals opgenomen in de Verordening op de heffing en invordering van leges 2005 heeft verweerder bij het verweerschrift overgelegd: - productie 13: Kostendekking bouwleges, - productie 14: productbeschrijving Afdeling Bouwen Ruimte en Milieu, - productie 18: grootboekrekening Afdeling Bouwen Ruimte en Milieu en - productie 19: Overzicht leges en kosten 2005. De rechtbank concludeert dat de in de Financiële verordening bedoelde stukken, die ten grondslag liggen aan de vaststelling van de legesverordening thans niet beschikbaar zijn. Met name ontbreken de voor de vaststelling door de gemeenteraad van de tarieven geraamde hoeveelheden per verstrekte dienst, een overzicht van de tarieven, prijzen en kosten per verstrekte dienst en het totaal van de geraamde kosten van de in de verordening genoemde en verstrekte diensten. Daardoor is niet vast te stellen of voor het totaal van de in de verordening geregelde rechten, de opbrengst niet uitgaat boven de geraamde uitgaven terzake. Tevens is daardoor onvoldoende controleerbaar onderbouwd en vastgelegd welke uitgaven de gemeente met de heffingen in de verordening beoogt te dekken. De rechtbank is van oordeel dat eiseres verweerder voldoende duidelijk om overlegging van bedoelde stukken heeft verzocht. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder er niet in is geslaagd de ramingen voldoende inzichtelijk en controleerbaar te maken, zoals hiervoor onder 3.5.1 geformuleerd. Verweerder zal dat alsnog moeten doen. Gelet hierop bestaat aanleiding te gelasten dat verweerder een nieuwe uitspraak doet op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak. Gezien het feit dat valt te voorzien dat hiervoor de nodige (her-) berekeningen dienen plaats te vinden, ziet de rechtbank aanleiding om een langere dan de gebruikelijke termijn te stellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen