Rb. Rotterdam 23 februari 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BL7863
Gedaagde huurt een volkstuin. Teneinde een volkstuin te kunnen huren, is gedaagde lid van de volkstuinvereniging en van de overkoepelende vereniging, zijnde eiseres. Omdat gedaagde voor het derde achtereenvolgende jaar niet aan haar betalingsverplichtingen heeft voldaan, heeft de volkstuinvereniging en vervolgens eiseres het lidmaatschap aan gedaagde opgezegd. Hierdoor is ook het gebruiksrecht van de volkstuin geëindigd. Aan het verzoek van eiseres tot het verlaten van de volkstuin heeft gedaagde geen gevolg gegeven. Door eiseres is derhalve een vordering tot ontruiming van de volkstuin ingesteld. Nu naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk is geworden dat gedaagde in haar verplichtingen voortvloeiende uit het lidmaatschap tekort is geschoten, hebben de volkstuinvereniging en eiseres het lidmaatschap opgezegd in overeenstemming met de statuten en het huishoudelijk reglement. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel, zodat de vordering tot ontruiming zal worden toegewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl