Rb. Rotterdam 29 januari 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BL1685

De NMa heeft niet ingestemd met het door het loodswezen vastgestelde kostentoerekeningssysteem Loodswezen 2009-2013. De indexeringsmethodiek voor de arbeidsvergoeding van de directe uren (de uren op de brug van het schip) zou niet in overeenstemming zijn met het in artikel 6, tweede lid, aanhef en onder a, en derde lid, van de Regeling markttoezicht registerloodsen voorgeschreven landelijke gemiddelde van € 91,14 per uur (prijspeil 2003). Als het tarief per scheepsklasse niet jaarlijks opnieuw wordt berekend op basis van de verwachte aantallen directe uren per scheepsklasse en met inachtneming van het voorgeschreven landelijke gemiddelde, dan kan de door het loodswezen voorgestane indexeringswijze er toe leiden dat de gemiddelde arbeidsvergoeding gaat afwijken van het voorgeschreven landelijke gemiddelde, omdat de relatieve aandelen van het aantal reizen per scheepsklasse jaarlijks kunnen wijzigen. In het toerekeningssysteem is voor de jaarlijks vast te stellen uurtarieven voor directe loodsuren uitgegaan van de in artikel 6, vierde lid, van de Regeling markttoezicht registerloodsen per scheepsklasse gegeven kosten per direct loodsuur (prijspeil 2003), geïndexeerd op grond van artikel VII van de Wet markttoezicht registerloodsen tot en met het jaar van inwerkingtreding van deze wet en vervolgens jaarlijks geïndexeerd op grond van artikel 27d, tweede lid, van de Loodsenwet. Volgens verweerder moet jaarlijks eerst de uurvergoeding van € 91,14 worden geïndexeerd. Dit moet vervolgens uitgangspunt zijn voor de weging van de kosten als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Regeling. Op deze wijze wordt rekening gehouden met het verwachte aantal scheepsreizen per scheepsklasse. De rechtbank volgt verweerder niet, omdat artikel 27d, tweede lid, van de Loodsenwet een jaarlijkse indexering van de uurtarieven van de arbeidsvergoeding voorschrijft en uit de Wet markttoezicht registerloodsen, de Loodsenwet, het Besluit, de Regeling noch uit de toelichtingen hierop, zoals in de uitspraak zijn aangehaald, volgt dat deze indexering slechts beperkt is tot de in artikel 6, tweede lid, van de Regeling genoemde bedragen en niet van toepassing is op artikel 6, vierde lid, van de Regeling. Verweerder had de instemming niet mogen onthouden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen