Rb. Rotterdam 6 januari 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BK9798

afwijzen verzoek voorlopige voorziening gericht tegen openbaarmaking van het sanctiebesluit en afwijzing van het verzoek tot schorsing van het sanctiebesluit. In het kader van een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening gericht tegen de openbaarmaking van het sanctiebesluit is van belang of het openbaar te maken sanctiebesluit de voorlopige rechtmatigheidstoets kan doorstaan. Indien dat het geval is zal er in beginsel geen aanleiding zijn de openbaarmaking te verhinderen. In het onderhavige geval geen aanleiding om de openbaarmaking te verhinderen. De boete en last onder dwangsom zijn opgelegd omdat verzoekster zich niet houdt aan de algemene voorwaarden over betaling en aanbetaling van de Centrale Branchevereniging Wonen (CBW). Met de ratio van de CBW-voorwaarden (extra bescherming consument) noch met het doel en strekking van artikelen 5 en 11 van de CBW-voorwaarden valt te verenigen dat verzoekster, zoals blijkt uit haar voorbedrukte orderbonnen, - standaard - van consumenten verlangt dat zij enkele dagen voor aflevering de gekochte keuken betalen. Overtreding van artikel 8.8 Whc juncto artikel 6:193c. tweede lid, BW, zodat handhavend optreden van verweerder aan de orde was. Geen spoedeisend belang (meer) voor treffen voorziening ten aanzien van last onder dwangsom, nu verzoekster ter zitting heeft aangegeven de orderbonnen aan te passen en verweerder heeft verklaard dat daarmee aan de last onder dwangsom wordt voldaan. Niet gebleken is dat de oplegging van de boete onmiskenbaar onredelijk is of dat de hoogte van de boete onmiskenbaar onevenredig is. Niet gebleken is dat het opleggen van de boete een onoverkomelijke financiële last voor verzoekster met zich brengt, dus ook ten aanzien van de boeteoplegging geen spoedeisend belang.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen