Rb. Rotterdam 28 oktober 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BL3950

Geschil tussen een stichting die optreedt als uitvoerder van het werkgeverschap en een eenmanszaak die van de diensten van deze stichting gebruik maakt. In dat kader zijn tussen de stichting en de eenmanszaak drie overeenkomsten gesloten. Het verweer en daarmee samenhangende vordering in reconventie richten zich tegen twee van die drie overeenkomsten. De rechtbank oordeelt dat de drie overeenkomsten in onderlinge samenhang dienen te worden bezien. Voorts oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van nietigheid op grond van artikel 3:40 BW. Evenmin is sprake van dwaling, wanprestatie of onrechtmatige daad.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen