Rb. Rotterdam 4 december 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BL3860
Eiser heeft met gedaagde een overeenkomst gesloten m.b.t. het verrichten van agentuurwerkzaakmheden in Dubai, zoals het vinden van kantoorruimte, het regelen van vergunningen en bemiddelen bij de verkoop van productien c.q. diensten van gedaagde. Partijen hebben terzake van de overeenkomst een considerance afgesloten. Nadat eiser een autoongeluk heeft gekregen, waarbij een auto achterop de taxi waarin eiser zat, reed, heeft gedaagde de overeenkomst met eiser per direct opgezegd. Eisert stelt in deze procedure dat de tussen partijen gesloten overeenkomst een arbeidsovereenkomst betreft, en subsidiair dat er sprake is van een agentuurovereenkomst waarbij de BBN van toepassing is. Hij maakt daarom aanspraak op doorbetaling van loon. De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst en dat de BBN in het onderhavige geval niet van toepassing is op de agentuurovereenkomst. De opzegging van de overeenkomst door gedaagde was echter niet in overeenstemming met de tussen partijen opgestelde considerance. De vordering van eiser is toewijsbaar tot het tijdstip waarop de overeenkomst met inachtneming van de opzegtermijn ontbonden was. Gedaagde vordert in reconcentie bedragen van eiser als onverschuldigd betaald. Eiser heeft die vordering gemotiveerd betwist en gedaagde heeft haar vordering daarop niet nader onderbouwd. Deze vordering wordt daarom afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl