Rb. Rotterdam 8 oktober 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BK9377

Uit het bestreden besluit, dat is genomen door de Minister van LNV, blijkt niet dat dit in overeenstemming is gebeurd met de Minister van VROM, zoals artikel 1, eerste lid, van de Wgb vereist. Reeds hierom dient het beroep gegrond te worden verklaard en het bestreden besluit te worden vernietigd. Bij brief van 13 juli 2009 heeft de Minister van VROM evenwel verklaard dat het bestreden besluit in overeenstemming met hem is genomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding om te bezien of de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand kunnen worden gelaten. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, vanuit het oogpunt van normhandhaving en gelet op de aard en ernst van de geconstateerde overtredingen, in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn bevoegdheid om een boete op te leggen. Verweerder heeft daartoe voor wat betreft de overtredingen van artikel 18 en 22, eerste lid, van de Wgb, de standaardboetebedragen naar rato van de verantwoordelijkheden verdeeld tussen eiseres en de leidinggevende die de overtredingen heeft begaan. Eiseres is voor driekwart verantwoordelijk gehouden en de leidinggevende voor één kwart. Voor wat betreft de overtreding van artikel 76, eerste lid, van de Wgb is eiseres volledig verantwoordelijk gehouden en is het standaardboetebedrag opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van omstandigheden op grond waarvan verweerder had moeten besluiten tot het opleggen van een lagere boete, dan wel had moeten volstaan met een waarschuwing. Dat de overtredingen zijn begaan in een zeer drukke periode, inmiddels voorzorgsmaatregelen zijn genomen en dat door eiseres, dan wel onder haar verantwoordelijkheid, niet eerder overtredingen zijn begaan, biedt onvoldoende grond voor een andersluidend oordeel. Dat eiseres, zoals ter zitting door haar is gesteld, de twee medewerkers heeft ingehuurd via een uitzendbureau, waarbij door eiseres is gevraagd om mensen die alle voorkomende werkzaamheden op een boomkwekerij kunnen doen, neemt de verantwoordelijkheid van eiseres voor dit personeel niet weg. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand kunnen blijven.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen