Rb. Rotterdam 4 juni 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ8571
Rogatoire commissie. Verzoek tot verhoor van een Nederlandse getuige in een Amerikaanse zaak, met het gebruik van het Engels als voertaal, een stenograaf en het maken van video-opnamen. Nu de getuige bezwaar heeft tegen het Engels als voertaal, zal het verhoor in beginsel in het Nederlands worden afgenomen. Het Nederlandse procesrecht verzet zich niet tegen het gebruik van een stenograaf, nu de Nederlandse rechter – die niet is ingevoerd in de complexe hoofdzaak – het verhoor slechts afneemt ten behoeve van een Amerikaanse ambtgenoot die waarschijnlijk gebaat is bij een precieze weergave van het verhoor. Het maken van video-opnamen wordt niet toegestaan gezien het bezwaar van de getuige, het feit dat deze opnamen licht een eigen leven kunnen gaan leiden en deze opnamen een beperkte meerwaarde hebben ten opzichte van het verslag van de stenograaf. De vragen aan de getuige moeten voldoende gepreciseerd zijn; er is geen ruimte voor een ‘fishing expedition’.
De uitspraak op rechtspraak.nl