Rb. Rotterdam 4 september 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ7413
Aanvraag om lichte bouwvergunning voor de bouw van een antennemast is geweigerd. Voor de beantwoording van de vraag of verweerder bevoegd was vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19, tweede lid, of op grond van artikel 19, derde lid, van de WRO is van belang of het bouwplan is geprojecteerd in de bebouwde kom. Of dit het geval is blijkt niet uit de genomen besluiten en kan evenmin uit de bestemmingsplannen worden afgeleid. Ter zitting heeft verweerder hier evenmin duidelijkheid over kunnen verschaffen. Het besluit wordt om die reden reeds vernietigd. Voorts heeft verweerder niet de planologische afweging gemaakt die van hem verwacht mag worden in het kader van zijn vrijstellingenbeleid. Verweerder heeft verder de bij het besluit betrokken belangen onvoldoende geïnventariseerd en afgewogen. Verweerder heeft voorts ter motivering van zijn oordeel dat het bouwplan niet in overeenstemming is met redelijke eisen van welstand, niet mogen volstaan met enkel een verwijzing naar het negatieve welstandsadvies, zonder in te gaan op de tegenargumenten van eiseres. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl