Rb. Rotterdam 4 augustus 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ6343

Artikelen 184, 185 en 186 Fw. Ontvankelijkheid verzet. Doel uitdelingslijst. Kostenveroordeling. Niet gesteld of gebleken is dat de curator bij het opstellen en indelen van de uitdelingslijst in strijd met de wettelijke voorschriften heeft gehandeld en de vordering van <opposante> conform haar opgave is erkend, dient het verzet ongegrond te worden verklaard. Een toezegging door de curator, zoals door <opposante> gesteld, kan overigens niet leiden tot verhoging van het aan een schuldeiser uit te keren bedrag, zoals door <opposante> gewenst. Dat zou immers tot effect hebben dat de door de wet voorgeschreven gelijke behandeling van schuldeisers met een gelijke rang zou worden doorbroken. Voor een kostenveroordeling is in een procedure als onderhavige geen plaats, tenzij (a) het verzet wordt gebruikt door een niet-geverifieerde schuldeiser die met het in verzet komen enkel beoogt alsnog verificatie van zijn vordering te bewerkstelligen en (b) niet tevens door een ander op de voet van 184 Fw verzet is gedaan. Van die uitzonderingssituatie is hier geen sprake, zodat voor een kostenveroordeling geen plaats is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen