Rb. Rotterdam 10 juni 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5349
De uitoefening door een oom van zijn uit de overeenkomst voortvloeiende bevoegdheid tot onmiddellijke opeising van het aan zijn neef geleende bedrag moet naar het oordeel van de rechtbank in dit specifieke geval, gelet op de omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar worden geacht. Stilzwijgende rechtskeuze. Artikel 3 EVO
De uitspraak op rechtspraak.nl