Rb. Rotterdam 31 juli 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5205
Last onder dwangsom voor havenagent. Havenagent is te beschouwen als overtreder van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder i, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. De havenagent had het echter ten tijde van belang niet in haar macht om aan de overtreding een einde te maken. Eiseres is als havenagent weliswaar verantwoordelijk voor de ontvangst en doorvoer van de container, maar noch op grond van haar contractuele relatie met Cosco China, noch op enige andere rechtsgrond kwam haar op enig moment de bevoegdheid – en derhalve de rechtmatig uit te oefenen feitelijke macht – toe om op last van verweerder de inhoud van de container met gevaarlijke stoffen om te pakken. Daarnaast was de aan eiseres opgelegde last onuitvoerbaar. De last onder dwangsom is derhalve in strijd met art. 5:32, eerste lid, van de Awb aan eiseres opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl