Rb. Rotterdam 13 juli 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2562
Last onder dwangsom opgelegd om te bewerkstelligen dat Telfort alsnog aan haar vergunningvoorwaarden (uiterlijk op 1 januari 2007 dekking) voldoet. Doordat bij een latere meting is vastgesteld dat nog steeds geen, althans onvoldoende dekking is gerealiseerd op de aan Telfort toegewezen UMTS-frequentiebanden is een van de dwangsommen verbeurd. Telfort betoogt dat de last niet anders kan worden gelezen dan dat voor dekking het aanwezig zijn van een signaal op de Telfort-frequenties voldoende moet zijn. De voorzieningenrechter kan niet met zekerheid vaststellen of, indien in de hoofdzaak zou blijken dat het bestreden besluit voor wat betreft de interpretatie van de last niet in stand kan blijven, het uit deze - in dat geval vruchteloos gebleken - investering van Telfort voortvloeiende nadeel geheel kan worden gecompenseerd. Nu er geen sprake is van een louter financieel belang is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat Telfort een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. De voorzieningenrechter oordeelt dat Telfort voor een bruikbaar UMTS-signaal dient te zorgen, hetgeen betekent dat haar frequenties bruikbaar zijn en worden afgeschermd van die van KPN, zodat de gebruiker van UMTS-randapparaten in staat wordt gesteld gebruik te maken van UMTS-diensten die over Telfort frequenties worden aangeboden.
De uitspraak op rechtspraak.nl