Rb. Rotterdam 22 juni 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI9136

De aanvraag van Radio Jazz BV voor de tussentijdse uitgifte van het geclausuleerd kavel A8 voor commerciële radio-omroep is door de Staatssecretaris buiten behandeling gesteld op grond van artikel 4, vijfde lid, van de Tijdelijke regeling jo artikel 4:5 van de Awb, omdat Radio Jazz niet de op grond van artikel 3, tweede lid, van de Tijdelijke Regeling vereiste modelbankgarantie heeft overgelegd, ook niet na in de gelegenheid te zijn gesteld dit verzuim te herstellen. De door Radio Jazz binnen de gegeven hersteltermijn overgelegde bankgarantie is niet conform het voorgeschreven model. Artikel 3, tweede lid, van de Tijdelijke Regeling is niet onverbindend. In het voorgeschreven model komen essentiële punten voor die niet in de overgelegde bankgarantie terugkomen. Verzoekster voldoet niet aan de in artikel 3, tweede lid, van de Tijdelijke Regeling gestelde eis. De Staatssecretaris heeft verzoekster na het indienen van de aanvraag in de gelegenheid gesteld om alsnog te voldoen aan artikel 3, tweede lid, van de Tijdelijke Regeling en daarmee voldaan aan het bepaalde in artikel 4:5 van de Awb. Tot meer was de staatssecretaris niet gehouden. Hij had Radio Jazz na het overleggen van een niet modelconforme bankgarantie niet nogmaals in de gelegenheid hoeven stellen het gebrek te herstellen. De bevoegdheid van artikel 4, vijfde lid, van de Tijdelijke Regeling tot het buiten behandeling stellen van een aanvraag is anders dan verweerder stelt niet een gebonden, maar een discretionaire bevoegdheid. Het verzoek is afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen