Rb. Rotterdam 11 juni 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI8696
Is een fiscaal vertegenwoordiger gehouden om het CBS van de gevraagde statistische informatie met betrekking tot haar opdrachtgevers te voorzien? Vooropgesteld moet worden dat de letterlijke bewoordingen van artikel 7 van EG-Verordening 638/2004, zoals dit luidde vóór 1 januari 2009, die vertegenwoordiger niet informatieplichtig maken. De door het CBS (bij de Europese instantie en bij zijn eigen juridische dienst) ingewonnen adviezen maken dit niet anders. Op grond van hetgeen de fiscaal vertegenwoordiger heeft gesteld, acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat hij geen bemoeienis heeft met het (doen) verzenden van goederen en dat hij niet als bezitter van de goederen kan worden gezien. Het CBS heeft overigens geen onderzoek ingesteld naar de feitelijke gang van zaken, zodat het bestreden besluit reeds om die reden (strijd met artikel 3:2 van de Awb) geen stand kan houden. In de omstandigheid dat de fiscaal vertegenwoordiger met ingang van 1 januari 2009 expliciet wordt genoemd in artikel 7 van EG-Verordening 638/2004, mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van deze wijziging van het artikel, ziet de rechtbank een aanwijzing dat de fiscaal vertegenwoordiger vóór 1 januari 2009 niet als informatieplichtige in de zin van dit artikel dient te worden aangemerkt.
De uitspraak op rechtspraak.nl