Rb. Rotterdam 21 april 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BI1698
Rententierecht op onroerende zaken zoals schepen is in beginsel mogelijk, mits de retentor op ook voor derden voldoende kenbare wijze de feitelijke macht over het schip uitoefent. Nu het schip in de macht van de eigenaar van het schip is gekomen, is het retentierecht op grond van artikel 3:294 BW beëindigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl